Strengere brandeisen voor hoogbouwgevels per 2027: wat betekent dit voor jouw project?

Per 1 januari 2027 worden de brandeisen voor gevels van hoogbouw aangescherpt. Voor gebouwen met een slaapfunctie, hoger dan 50 meter en met een gevel die grenst aan de buitenlucht, wordt de huidige eis van brandklasse B verhoogd naar klasse A2. Deze wijziging geldt zowel voor nieuwbouw als voor bestaande bouw en heeft directe gevolgen voor de materiaalkeuze en detaillering van gevels boven deze hoogte.

In dit artikel leggen we uit wat er precies verandert, waarom deze aanscherping er komt en wat dit betekent voor de gevelmaterialisatie van projecten die onder deze regeling vallen.

Wat verandert er precies?

De belangrijkste wijziging betreft de brandklasse van de buitenste gevelbekleding. Voor gevels boven 50 meter die grenzen aan de buitenlucht, bij gebouwen met een slaapfunctie, gaat de eis van brandklasse B naar klasse A2. Brandklasse B staat te boek als zeer moeilijk brandbaar en levert een beperkte bijdrage aan een brand. Klasse A2 gaat een stap verder en wordt beschouwd als praktisch onbrandbaar.

Daarnaast komt er een nieuwe eis voor de geventileerde spouw achter de gevelbekleding. Deze spouw moet voortaan elke 20 meter worden onderbroken, met een weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag (WBDBO) van minimaal 120 minuten op die onderbreking. De achtergrond hiervan ligt in het zogenoemde schoorsteeneffect: in een ononderbroken spouw kan bij brand door thermische trek vuur en rook zich snel over meerdere verdiepingen verspreiden. Een fysieke onderbreking in de spouw beperkt dit risico.

Waarom deze aanscherping?

De aanleiding voor deze strengere regelgeving ligt voor een belangrijk deel bij internationale gevelbranden, waarbij brand zich via de buitenzijde van een gebouw kon verspreiden. De brand in de Grenfell Tower in Londen wordt in dit verband vaak als aanleiding genoemd voor onderzoek naar en aanscherping van brandklasse-eisen voor gevels, ook in Nederland.

Bij hoogbouw is blussen van buitenaf voor de brandweer bovendien lastiger dan bij laagbouw, onder andere door de beperkte bereikbaarheid op grote hoogte. Omdat brandescalatie op hoogte een aanzienlijk risico voor bewoners vormt, richt de nieuwe regelgeving zich primair op gebouwen met een slaapfunctie. Het doel is niet zozeer het behoud van het gebouw zelf, maar het waarborgen van voldoende tijd voor bewoners om veilig te kunnen vluchten.

Wat betekent brandklasse A2 concreet?

De Europese brandklassen voor bouwmaterialen kennen meerdere niveaus: A1, A2, B, C, D, E en F. Deze classificatie zegt iets over de bijdrage van een materiaal aan brandontwikkeling, rookvorming en druppelvorming. Klasse A1 geldt als onbrandbaar, klasse E als zeer brandbaar.

Voor gevels boven 50 meter met een slaapfunctie gaat de eis dus van brandklasse B naar A2. Bij bestaande bouw, die met een eigen classificatie werkt, betekent de maatregel dat de eis verschuift van brandklasse 1 naar de classificatie onbrandbaar. Materialen als keramiek, aluminium en glasvezelversterkt beton voldoen doorgaans van nature aan hogere brandklasses, wat deze materialen relevant maakt bij de heroverweging van gevelmaterialisatie op hoogte.

Gevolgen voor houten gevelbekleding

Houten gevelbekleding wordt bij hoogbouw op dit moment nog regelmatig toegepast, mits behandeld om aan brandklasse B te voldoen. Voor geveldelen boven 50 meter is toepassing van hout als buitenste afwerking straks echter niet meer toegestaan, omdat hout niet aan brandklasse A2 kan voldoen.

Voor deze hogere geveldelen zal gezocht moeten worden naar alternatieven die wel aan de nieuwe eis voldoen. Vezelcementplaat wordt vaak genoemd als alternatief met een houtachtige uitstraling, maar ook keramische bekleding en composietpanelen met een geschikte kernsamenstelling kunnen hier een oplossing bieden, afhankelijk van de architectonische wens en het projectbudget.

Wat betekent dit voor lopende en toekomstige projecten?

Voor projecten die op dit moment in ontwerp of voorbereiding zijn en boven de 50 meter uitkomen, is het verstandig om de gevelmaterialisatie tijdig tegen het licht te houden. Een materiaalkeuze die op dit moment nog voldoet, kan bij oplevering na 1 januari 2027 alsnog tegen de nieuwe eis aanlopen, afhankelijk van de vergunningsdatum en het overgangsrecht dat voor het project van toepassing is.

Ook de detaillering van de gevelspouw vraagt aandacht. De nieuwe eis aan de onderbreking om de 20 meter moet worden meegenomen in de constructieve opbouw van de gevel, en dit is niet iets wat achteraf eenvoudig aangepast kan worden zonder ingrijpende wijzigingen. Vroegtijdige afstemming tussen architect, constructeur en gevelbouwer is daarom belangrijk om te voorkomen dat deze eis pas laat in het proces aan het licht komt.

Het is goed om te benadrukken dat de precieze impact per project verschilt. De hoogte van het gebouw, de gebruiksfunctie en de bestaande gevelopbouw bepalen in welke mate aanpassingen nodig zijn. Dit vraagt om een projectmatige beoordeling, niet om een standaardoplossing.

De rol van Kooistra Geveltechniek

Bij Kooistra Geveltechniek volgen we ontwikkelingen in wet- en regelgeving op het gebied van geveltechniek, omdat deze direct invloed hebben op materiaalkeuze en detaillering. Met kennis van bouwkeramiek, composiet, GRC-elementen en aluminium achterconstructies denken we mee over welke materialen passen bij de eisen die vanaf 2027 gelden voor hoogbouw, en hoe dit zich verhoudt tot de architectonische wens en de bestaande constructie van een project.

Conclusie

De aanscherping van de brandklasse-eis naar A2 voor hoogbouwgevels boven 50 meter, samen met de nieuwe eisen aan de spouw, heeft directe gevolgen voor de gevelmaterialisatie van projecten die onder deze regeling vallen. Voor houten gevelbekleding betekent dit concreet dat toepassing boven deze hoogte niet langer mogelijk is. Voor opdrachtgevers en architecten loont het om deze wijziging tijdig mee te nemen in het ontwerp, zodat de gevel bij oplevering aan de dan geldende eisen voldoet.

Gerelateerde artikelen